“achter Stakenburg , geene kado !”

Dat was de commentaar van een ex-renner op Facebook op een foto van het Belgisch Kampioenschap stayers op 14 januari 1978.

Eigenlijk was mijn wielercarrière al geëindigd. Werken bij de Antwerpse politie was een nieuwe uitdaging. Zoals wielrenner zijn geen ‘job’ is, is politieman ook geen job. En die hobby lag me goed.
Als ge het graag doet zijn het betaalde hobby’s.

Ik kende Joop Stakenburg niet voor die bewuste dag. Bij naam ja, maar nog nooit mee gesproken. Hij was een beetje een eenzaat… net als ik. In die tijd niet zo spraakzaam. Niet horend bij een bepaalde “clan”. Iemand die de weg zoekt op zijn eigen manier.

1977. Een vergunning van “Internationaal Liefhebber” genomen. Ik kan me echter niet herinneren 1 wedstrijd op de weg te hebben gereden. Ook wat kilootjes er bij. Van 71 naar 75.

In die tijd was vader -of je het huis al uit was of niet- nog altijd een gezaghebbend persoon in uw leven. Vloeken achter de rug maar knikken als hij je bekeek. Hij schreef me eind november in voor het Kampioenschap van BelgIë achter zware motoren wat zou doorgaan op 14 januari 1978.
Er zat niets anders op dan de fiets van stal te nemen en de trainingen te beginnen. Niet om kampioen te worden maar omdat het moest van “ons vokke”. Het was koud in december, alle dagen reed ik hetzelfde trainingsparcours op een reservefiets.

Vroeger was het de gewoonte om in de winter op de weg te trainen met een “vaste pion”. Nu noemen ze dat een “fixie” en in de States is het een rage.

42 X 14 had ik gemonteerd op een oude Gazelle en elke dag reed ik naar de Bredabaan te Brasschaat om daar “vollen bak” tot in Breda te rijden tegen een zo hoog mogelijke snelheid en dan tot in Brasschaat weer “vollen bak”. Het traject Schoten-Brasschaat en Brasschaat-Schoten waren de warming-ups en cooling-downs. Tegen half januari reed ik gemiddeld meer dan 42 km/u achter de opgefokte bromfiets op het traject Polygoon-Breda-Polygoon). Kleine berekening leert dat ik meer dan 112 omwentelingen per minuut deed! Achter de “brommer” was het op dit klein verzet tegen de “relatief” lage snelheid minder koud dan de temperatuur die mijn – met schaatspakken ingepakte gangmaker- moest trotseren. Geen extreem koude winter maar wel temperaturen rond het vriespunt. Ik ben nog steeds mijn trainingsgangmaker en toenmalig partner Linda Rombouts dankbaar voor steun en “abri”.

Zonder competitie en de laatste 14 dagen af en toe op de gouden/houten wielerlatten van het goddelijk Antwerps Sportpaleis (R.I.P.) te hebben getraind, ging de buitenstaander zonder ambitie, het kampioenschap tegemoet.

Ik vertrouwde mijn partner toe: “Spijtig dat er altijd in de slag wordt gereden, anders had ik een kans”. Schijnbaar toch ambitie dus.

Enkele jaren eerder.
1) Kampioenschap van België achter derny’s te Sportpaleis Antwerpen. Ik lootte de eerste plaats en vertrok als een Mistral. Toen botste ik voor de eerste keer tegen een betonnen muur. Niettegenstaande ik bijna in het zog was van de laatste vertrekker -amper 40 meter scheidde me van 1 ronde voorsprong- was mijn gangmaker nog niet bij mij. Toen ik uiteindelijk de “gardeboue” van mij gangmaker zag, was ik mijn ronde kwijt en was de verzuring dermate dat dit niet meer hersteld kon worden om een degelijke finale te rijden. Achteraf hoorde ik dat mijn toenmalig maandloon X 5 niet genoeg was om deze wedstrijd te winnen. Als geld niet bestond was ik die dag kampioen.

2) Kampioenschap van België achter zware motoren te Rocourt. Achter de beste gangmaker van Nederlandse makelij reed ik de andere renners tot figuranten. Zelfs de profs werden op meerdere ronden gereden (Rocourt is/was een wielerbaan van 505 meter lang). De wereldkampioen van de gangmakers reed me echter stuk op alle gedubbelde renners tot ik de rol moest lossen. De tweede beste won. Het geld won. Mijn tweede betonnen muur, er zouden er nog enkele volgen. Als geld niet bestond was ik die dag kampioen.

3) Wereldkampioenschap Monteroni di Lecce. Omdat men achter een gangmaker van dezelfde nationaliteit als renner moest rijden, reed ik achter een 73-jarige man. Beslissing van de BWB. Dat was de beste gangmaker waarvan ik ooit zijn rug zag. Op trainingen in het Antwerps Sportpaleis stond ik versteld van zijn kunnen. Op een van de trainingen, trainde er ook een Nederlandse profwielrenner. Deze werd later wereldrecordhouder snelheid op de fiets ergens op een uitgedroogd zoutmeer. Telkens ik hem dubbelde, moest hij de rol lossen. Ik reed nooit sneller dan achter de rug van Gust Meuleman…. op training! Ik was in orde.

De reeksen in Italië werden ‘”in dienst” van een Nederlander gereden die de finale moest halen. De batterijen van de hoorapparaten van mijn gangmaker waren die dag leeg, roepen hielp niet. Dan maar naar de herkansingen. Zat daar toch niet de nobele onbekende Italiaan Fausto Stiz bij! Nog nooit zo dikwijls tegen de rol gebotst… de trein der traagheid. Enfin, de Italiaan won en ik stootte in zijn zog door naar de finale. De finale was een weerspiegeling van de reeksen en herkansingen. Deze keer was de gangmaker vergeten om de hoorapparaten in zijn helm te monteren.

Mijn gangmaker was de knecht van de medailles, de knecht van het geld. En ik reed er achter als opvanger van de renners die het evenwicht van de medaillerangschikking wilde verstoren. Ik denk dat mijn landgenoot ook het slachtoffer was van deze voorstelling. Zijn gangmaker kwam evenwel niet aan de, door artrose geplaagde, knieën van mijn gangmaker.

Zaterdag 14 januari 1978.
Losrijden voor de wedstrijden gebeurde in gezelschap van Bernard Hinault, Kamiel Van Linden, Freddy Maertens en Thurau die op diezelfde dag een “omnium der vedetten” hadden. Mijn voorprogramma!

Affiche 14 augustus 1978

Ik lootte 2de startpositie. Geen woord had ik gewisseld tegen de gangmaker vooraleer het startschot de toeschouwers deed opschrikken.
Onmiddellijk na de start, stootte mijn gangmaker door naar de eerste plaats, ik volgde. Dit verhaal is kort, zéér kort. De gas werd open gedraaid en dat bleef zo. Eén voor één moesten de aanvallers de rol lossen terwijl ik bezig was om van Polygoon naar Breda te fietsen met een versnelling van 64 X 14. Op terugweg naar Polygoon was de helft van het deelnemersveld gedubbeld en na 40 km bezorgde ik Joop een Belgische titel en hij mij. Hij bezorgde mij een baanrecord en ik hem. 40 km in 36 minuten 3 seconden en 71 hondersten. Het record van Joop Stakenburg.

Achter Stakenburg: “een kado”!